16 feb '22

Observaties van de adviescommissie

Schrijver Lotte Haagsma woonde de vergaderingen bij waarin een onafhankelijke commissie zich boog over de 174 ingediende voorstellen voor de open call. In dit artikel reflecteert zij op de overwegingen die ten grondslag liggen aan de selectie van de projecten.
De Covid-19 pandemie zorgde de afgelopen twee jaar voor een explosie aan online activiteiten in de culturele en creatieve sectoren. Die ontwikkeling is terug te zien in de voorstellen die werden ingezonden voor de Open Call Innovatielabs. ‘Onder druk wordt alles vloeibaar’, aldus een van de leden van de adviescommissie die de inzendingen mocht beoordelen. De pandemie heeft grote consequenties voor de culturele sector: theaters, concertzalen, filmhuizen en musea moesten de afgelopen twee jaar lange periodes de deuren sluiten en konden, eenmaal weer open, minder bezoekers ontvangen. Makers en zzp professionals in de culturele en creatieve sector kwamen thuis te zitten: voorstellingen, optredens, festivals, tentoonstellingen en residenties werden afgezegd, inkomsten vielen weg.

Toch wisten veel instellingen en makers snel in te spelen op deze ‘ongekende tijden’. Instellingen zochten online oplossingen om in contact te blijven met hun publiek. Makers willen maken en deden dit dan ook, soms tegen de klippen op. De pandemie gaf ook extra urgentie aan bestaande ontwerpvraagstukken op het gebied van wonen, klimaatverandering, energietransitie en de inrichting van onze leefomgeving. En er was opeens tijd, tijd om te reflecteren, tijd ook om te experimenteren, want als de gebaande paden afgesloten zijn, dan kun je er net zo goed eens buiten treden. Mensen in de creatieve sector blijken experts in improviseren. Aan het begin van de pandemie werden vanuit huiskamers, ateliers en werkplaatsen en al snel ook theater-, concert- en museumzalen online activiteiten gestart. Verschillende initiatieven wisten tot spannende nieuwe vormen te komen, die potentie hebben zich in de toekomst door te ontwikkelen.

Hybride praktijken
Als de achtereenvolgende lockdowns ons iets hebben geleerd, dan is het dat de gezamenlijke beleving van kunst in een fysieke omgeving van wezenlijk belang is. Toch smaken de online experimenten naar meer. Dat digitalisering in de meeste voor de innovatielabs ingezonden voorstellen een belangrijk ingrediënt is, verbaast dan ook niet. In de culturele en creatieve sector ontstaan ideeën voor hybride vormen van programmering waarbij events zowel online als fysiek op locatie kunnen worden ervaren. Makers en instellingen ontdekken dat ze online een internationaal publiek kunnen bedienen. Er wordt geëxperimenteerd met nieuwe formats en samenwerkingsvormen, waaruit innovatieve beeld- en ontwerppraktijken ontstaan met een eigen, specifieke waarde.

Veel inzendingen voor de Innovatielabs komen vanuit de podiumkunsten, waar een grote behoefte bestaat aan vernieuwing op technologisch vlak. Met name de theaterwereld staat op achterstand als het gaat om digitale toepassingen, signaleert de adviescommissie. Deels gestimuleerd door de omstandigheden is men er bezig met een inhaalslag. Meerdere makers en gezelschappen experimenteren met de inzet van digitale technieken zoals VR en AR in voorstellingen. Zowel in de theater- als muziekwereld wordt gezocht naar hybride vormen die een eigen beleving opleveren. En hoewel het begrip in de aanvragen niet of nauwelijks voorkomt, wijzen meerdere digitale en hybride projecten volgens de commissie richting de volgende stap van het internet: de metaverse. Het gehele netwerk van aan elkaar gekoppelde virtuele 3D-ruimtes waarin de gebruikers (het publiek), vaak door middel van avatars, interactief kunnen rondkijken en interageren.

Voor musea geldt dat zij al langere tijd bezig zijn met het digitaal ontsluiten van hun collecties en archieven. Het publiek maakt echter nog weinig gebruik van dit digitale erfgoed. Musea hopen het publiek te enthousiasmeren door vormen van interactie aan te bieden, zoals het aanbrengen van eigen verhaallijnen in een archief of de inzet van apps om informatie of objecten uit de collectie te koppelen aan een beleving in de echte wereld.

Volgens de commissie biedt de ontwikkeling van hybride praktijken mooie kansen voor de toekomst. In sommige voorstellen mist ze echter een kritische blik op de digitalisering van een culturele ervaring. Een enkele keer leek een aanvrager vooral ‘verliefd op een oplossing’, aldus de commissie, zonder zich voldoende af te vragen of dit wel het meest effectieve antwoord op een bestaand probleem was.

Digitale infrastructuur
Bij de ontwikkeling van online platforms plaatst de commissie meermaals vraagtekens bij de positie van de commerciële partij die voor de benodigde technologie zorgt. Bijvoorbeeld omdat deze door het aanbieden van een specifieke faciliteit of service een (semi)-monopolist zou kunnen worden, waar de gehele sector afhankelijk van wordt. Instellingen zouden in dergelijke gevallen moeten streven naar vormen van mede-eigenaarschap. Ook om te voorkomen dat krachtige verdienmodellen exclusief in handen komen van commerciële partijen. Het is volgens de commissie belangrijk dat infrastructuur in het digitale domein voor de culturele en creatieve sector wordt veiliggesteld. Daarnaast zijn meerdere partijen vergelijkbare technische oplossingen en diensten aan het ontwikkelen, een observatie die het belang van kennisuitwisseling onderstreept. Grote spelers in het veld, zoals filmfestivals, zouden kleine spelers bij de ontwikkeling van online platforms kunnen betrekken. Juist het digitale domein biedt mogelijkheden om elkaar aan te vullen en te versterken in plaats van te beconcurreren.

Wat verder opvalt
Vooral vanuit de podiumkunsten, beeldende kunst en design werden voorstellen ingediend, terwijl vanuit de dans, letteren, architectuur en stedenbouw relatief weinig aanvragen binnenkwamen. Wat de achterliggende redenen hiervoor zijn, is niet duidelijk. De commissie meende ook uiteenlopende stadia van ontwikkeling te zien tussen de disciplines. Vooral de popmuziek en de ontwerpwereld lopen voorop in het inzetten van nieuwe technologische toepassingen voor organisaties, producties of presentaties. Ook signaleerde ze dat binnen deze disciplines al intensiever interdisciplinair wordt samengewerkt.

Regionale inbedding was een van de aandachtspunten voor de oproep, toch heeft de commissie weinig aanvragen uit de regio gehonoreerd. Meerdere van deze voorstellen waren gericht op het opzetten van broedplaatsen in leegstaande panden. Hoewel de commissie het belang erkent van dergelijke initiatieven voor lokale makers, ontbrak het volgens haar aan vernieuwende concepten en aandacht voor het delen van opgedane kennis en ervaringen met het veld, en dat is binnen deze Innovatielabs een voorwaarde. Daarnaast constateert de commissie met spijt dat een aantal waardevolle initiatieven, door een te beperkte scope en te geringe omvang, niet in de regeling Innovatielabs past.

Afgezien van enkele aanvragen die zich uitdrukkelijk richten op het betrekken van nieuwe doelgroepen bij de culturele sector, krijgt het thema diversiteit en inclusie weinig aandacht. De commissie benadrukt dat het vinden van aansluiting bij jongeren wellicht de grootste gemiste kans binnen de ingediende voorstellen is. De verschillen tussen generaties zijn op het vlak van digitalisering zeer groot, juist de jongste generaties hebben een eigen, vanzelfsprekende omgang met digitale vernieuwing. Door onvoldoende in te spelen op de leefwereld van jongeren riskeren instellingen toekomstig publiek mis te lopen. Op het inspelen vanuit het perspectief van deze generaties valt nog veel winst te behalen.

Wellicht even belangrijk is dat de commissie concludeert dat in het overgrote deel van de voorstellen aandacht voor het internationale perspectief mist. Er wordt weinig samengewerkt met instellingen in het buitenland en men lijkt weinig op de hoogte van actuele ontwikkelingen in omringende landen en de kennis en ervaring die daar wordt opgedaan. Dit bemoeilijkt de (internationale) positionering van deze instellingen en dat is een gemis. Als die er wel zou zijn, zal er sneller geïnnoveerd worden verwacht de commissie.

Aandacht voor het kunstonderwijs was er ook. Opvallend waren enkele initiatieven die ruimte bieden voor talentontwikkeling en postacademisch onderwijs buiten de bestaande kunstopleidingen (design, beeldende kunst, muziek). Die trend komt deels voort uit een door deze initiatiefnemers ervaren gemis van aandacht voor thema’s als inclusie en het toekomstige werkveld in het kunstonderwijs. Daarnaast valt op dat meerdere aanvragen een inspanning doen om de sector als werkveld veerkrachtig en toekomstbestendig te maken, door zich in te zetten voor de versterking van zwakke plekken op organisatieniveau (opleiden van zakelijk leiders) en het welzijn van freelancers (onderzoek naar pensioenvoorzieningen).

De projecten die hoog gewaardeerd worden door de commissie zijn vaak doorontwikkelingen van trajecten die eerder zijn ingezet. Bij nieuwe samenwerkingen ontbreekt vaker een grondige probleemanalyse of een overtuigend plan van aanpak. Verder valt op dat veel culturele instellingen samenwerkingen aangaan met kennisinstellingen: in het licht van innovatie, aandacht voor kennisdeling en versterking van het veld, een positieve ontwikkeling.

Samenwerken en krachten bundelen
Het belangrijkste doel van de Innovatielabs is het vergroten van de veerkracht van de creatieve en culturele sector als geheel. Het delen van opgedane inzichten met andere spelers in het veld was daarom een belangrijk aandachtspunt van de commissie. Ze waardeert het dan ook dat zowel instellingen als makers steeds vanzelfsprekender de krachten bundelen en samenwerkingsverbanden aangaan. Daarbij valt op dat juist de kleinere partijen, beschikkend over bescheiden budgetten, elkaar weten te vinden in intensieve samenwerkingen. De commissie roept de grote, gevestigde instellingen op om meer hun verantwoordelijkheid te nemen en handreikingen te doen naar de kleine instellingen en de makers. Een snel veranderende wereld biedt kansen voor het aanhalen van banden en verstevigen van het veld. Het ligt voor de hand om daarbij ook naar het buitenland te kijken waar instellingen zich tot vergelijkbare vraagstukken verhouden. Ook daar liggen mogelijkheden voor kennisuitwisseling en het versterken van posities.

Hoewel sommige voorstellen nog in een experimentele en dus onzekere fase zitten en andere voorstellen juist concreet zijn in de uitwerking van de opschaling, ziet de commissie kansen en mogelijkheden voor een meer wendbare en weerbare sector. Hiermee wordt bedoeld: een sector die makers en instellingen een breder scala van mogelijkheden biedt om te creëren, presenteren en programmeren. En zo beter in te spelen op het publiek dat op zijn beurt op actievere en gerichtere wijze een meer aansprekend aanbod kan vinden. Deze voorstellen bieden voldoende aanknopingspunten om te vertrouwen op nieuwe inzichten die een positief effect kunnen hebben op de gehele sector. Dit leidt de commissie bijvoorbeeld af uit grote aandacht voor kennisdeling, het actief betrekken van publiek en scherpe analyses van probleemstellingen. Wel wordt daarbij opgemerkt dat in de meeste voorstellen de kansen concreter kunnen worden geformuleerd: wat ambieert het project bijvoorbeeld op het vlak van landelijke inbedding of gebruikscijfers? Tijdens de uitvoering van de projecten moet aandacht worden besteed aan welke impuls deze projecten precies aan de sector willen geven.

De rijke oogst van de open oproep Innovatielabs toont de vernieuwingsdrang en experimenteerdrift in de culturele en creatieve sectoren. De aanvragen bieden daarnaast belangrijke informatie over wat partijen bezig houdt; waar behoeftes, kansen en knelpunten liggen als het gaat om innovatie en weerbaarheid. De commissie hoopt daarom op een vervolgronde van de Innovatielabs - ook gezien het grote aantal positief beoordeelde aanvragen dat dit keer niet kon worden gehonoreerd.

Achtergrond
Het programma Innovatielabs komt voort uit de covid-19 steunmaatregelen voor de culturele en creatieve sectoren. De regeling wordt in opdracht van OCW namens alle rijkscultuurfondsen uitgevoerd door het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie en CLICKNL. Makers en instellingen werden opgeroepen om zich te melden met plannen om ‘toepasbare kennis en werkvormen te ontwikkelen die ten goede komen aan de wendbaarheid en weerbaarheid van de gehele sector’. De oogst die de oproep genereerde is met 174 voorstellen overvloedig te noemen. De bijeengeroepen adviescommissie beoordeelde er hiervan 47 positief. Helaas was het budget ontoereikend om al deze initiatieven te ondersteunen: alleen de 16 best beoordeelde aanvragen konden worden gehonoreerd.

Lotte Haagsma (freelance schrijver en kunstcriticus) schreef dit artikel in opdracht van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie en CLICKNL. Met dit artikel wordt beoogd een weergave te geven van de ontwikkelingen, thema's en tendensen zoals die ter sprake kwamen tijdens de selectievergadering en de beoordeling van de aanvragen binnen de Open Call Innovatielabs.