25 mei '22

‘De vrijheid om te experimenteren, wordt volop benut‘

Ze waren betrokken bij de uitwerking van de open call en mede verantwoordelijk voor de vliegende start van Innovatielabs. Kwartiermakers Renée van der Grinten en Gijs Meijer kijken in dit afscheidsartikel terug en blikken vooruit op wat ze hopen voor de sector. 
In november 2020, midden in de coronacrisis, overhandigde de Raad voor Cultuur het advies Onderweg naar Overmorgen aan de toenmalige minister van OCW. De Raad stelde onder andere voor om fieldlabs in te richten waarin de sector op grote schaal (praktijk)onderzoek zou kunnen doen en kunnen experimenteren met nieuwe werkwijzen. Het doel? De culturele en creatieve sector wendbaarder en weerbaarder maken voor de toekomst.  

Een goed advies, maar tegelijkertijd riep het ook nieuwe vragen in de sector op. Welke behoeften leven er? Waar heeft de sector baat bij? Hoe innoveer je midden in een crisis? Goede vragen, die de basis vormden van onze eerste werkzaamheden.

Ervaringen, kansen en knelpunten
Wat volgde was een intensief traject waarin we over (bijna) de volle breedte van de culturele en creatieve sector hebben onderzocht waar op het gebied van innovatie de ervaringen, kansen en knelpunten liggen voor deze sector. Al snel werd duidelijk dat kunstenaars, artiesten, ontwerpers, docenten en andere werkenden in de sector zich niet uit het veld hadden laten slaan door de coronacrisis, maar verrassende nieuwe wegen hadden gevonden om hun werk bij het publiek te brengen.  

De uitkomsten van onze inventarisaties zijn verwerkt in de open call en meegegeven aan de adviescommissie. We kwamen bijvoorbeeld tot de aanbevelingen om het belang van makers, een kwetsbare groep die tijdens de crisis de grootste klappen heeft gekregen, te onderstrepen en goed rekenschap te geven van de Fair Practice Code, de code (digitale) Inclusie & Diversiteit en de publieke waarden voor digitale cultuur.

Daarnaast werd door bijna alle betrokken partijen de behoefte uitgesproken aan andere, nieuwe verdien- en businessmodellen en presentatievormen (hyperlokaal of juist alleen digitaal). Een van de belangrijkste gedeelde visies is dat innovatie in de sector alleen gerealiseerd kan worden als organisaties samen optrekken én er tijd en (financiële) ruimte is om te kunnen innoveren.

Positieve energie
De enorme hoeveelheid aanvragen die in reactie op de open call werd ingediend, was overweldigend. In alle hoeken van de sector werden samenwerkingsverbanden gesmeed om innovatieve projecten op te tuigen. Voor ons als kwartiermakers was het bijzonder om te ervaren wat een positieve energie en drive er loskwam. Juist in de donkerste dagen van de pandemie toonde de sector veerkracht.

De uiteindelijk geselecteerde projecten kenmerken zich door een groot enthousiasme en professionaliteit. Maar ook door een nieuwsgierigheid om buiten de gebaande paden te denken en lopen. De vrijheid om te kunnen experimenteren en de ruimte om ergens anders uit te komen dan in eerste instantie gedacht, wordt volop benut.

Onverwachte en nieuwe mogelijkheden
Dat de deelnemers ook deel uitmaken van een community, waarin ze leren van én met elkaar, is voor sommigen misschien nog wat onwennig. Desondanks merken we dat iedereen bijzonder bereidwillig is om inzichten en ervaringen met elkaar delen. De daarvoor benodigde durf om kwetsbaar te zijn en ook de problemen en obstakels te benoemen is aanwezig.

Andere punten die ons als kwartiermakers zijn opgevallen is, dat er nu meer aandacht is voor het benoemen van een probleem en het verwoorden van de aanpak waarmee gezocht wordt naar de oplossing(en). Veel culturele instellingen zijn gewend om toe te werken naar een van tevoren vastgestelde oplossing. Daarmee worden juist de onverwachte en nieuwe mogelijkheden afgesloten en blijft innovatie uit. Daarnaast is een onvermijdelijk onderdeel van innovatie dat er ook zaken fout gaan en kunnen en mogen mislukken. Door het delen hiervan dragen de projecten bij aan kennisdeling waar de hele sector haar voordeel mee kan doen. Dat is een absolute kracht van Innovatielabs.

In 2021 hebben drie onafhankelijke kwartiermakers onderzocht waar de kansen of knelpunten liggen voor de culturele en creatieve sector. Renée van der Grinten, Gijs Meijer en Michelle Provoost namen ieder één thema voor hun rekening (respectievelijk productdifferentiatie, digitalisering en ruimtelijk ontwerp) en brachten hieraan gekoppeld verschillende organisaties en instellingen met elkaar in contact. Hun bevindingen hebben bijgedragen aan de uitwerking van de open call en de totstandkoming van het Innovatielabs-netwerk.
STBH1410RenevanderGrintencSebastiaanterB.jpg